Een reis naar de keuken van Marguerite Duras


In 1999 publiceert Jean Mascolo La cuisine de Marguerite, een boekje met de recepten van zijn moeder Marguerite Duras. Yann Andréa, literair executeur en de laatste levenspartner van Duras, vindt het maar niks en laat het kookboekje uit de handel halen. Na de dood van Andréa in 2014 is de uitgave opnieuw verkrijgbaar. En begin 2018 verschijnt er zelfs een nieuwe druk. Ronald de Nijs volgt het spoor naar de de kookkunsten van Marguerite Duras.

Door: Ronald de Nijs

Op het filmdoek: Nathalie Granger. Traag ruimen twee vrouwen, gespeeld door de actrices Lucia Bose en Jeanne Moreau, de tafel af. Ze brengen het serviesgoed naar de keuken. Een van de vrouwen (Moreau) veegt geroutineerd de broodkruimels bij elkaar. Filmmaker Marguerite Duras brengt deze alledaagse handelingen, als een ode, minutieus in beeld.

Dan volgen beelden van de keuken. Het hart van het huis. Het is Duras’ eigen, sfeervolle kleine keuken. Ze heeft Nathalie Granger, een film over twee vrouwen, een gewelddadig kind en een huis-aan-huis-wasmachineverkoper (vertolkt door een heel jonge Gérard Depardieu), in haar woning in Neaphle-le-Château opgenomen. We zien de vrouwen in die keuken zwijgend de vaat doen. In het laatste beeld van deze ‘tafelopruimscene’, die zo’n acht minuten duurt, is de afwas afgedroogd en opgeruimd.

Wat zullen ze gegeten hebben, vroeg ik me in 2002 af, toen ik deze fascinerende film uit 1972 voor het eerst zag. En waar hield Duras eigenlijk zelf van?

La cuisine de Marguerite

Na het zien van Nathalie Granger verstrijkt een tiental jaren. En dan ontdek ik in 2012 dat Duras’ zoon Jean Mascolo bij zijn eigen uitgeverij Éditions Benoît Jacob La cuisine de Marguerite (De kookkunst van Marguerite) heeft uitgebracht. Een boekje met recepten, aangevuld met citaten uit het werk van en interviews met zijn moeder. Mascolo illustreerde het met eigen foto’s van het huis in Neaphle-le-Château, waar hij nu zelf woont, en afbeeldingen van door Duras uitgeschreven recepten.

Grote opwinding maakt zich van mij meester. Wordt zo een tipje van de sluier opgelicht als het gaat om Duras’ kookvoorkeuren?

Mascolo publiceert het boekje in 1999, een kleine drie jaar na de dood van zijn moeder. Als eerbetoon, zegt hij zelf. Yann Andréa (geboren als Yann Lemée), de laatste levenspartner van Duras, is er helemaal niet gelukkig mee. Als literair executeur kan hij na het overlijden van Marguerite Duras beslissen over bijvoorbeeld het recht om zaken wel of niet te publiceren. Hij vindt La cuisine de Marguerite een ‘non livre’ (‘geen boek’) – en kiest voor een uitgaveverbod.

Yanns eis wordt in eerste instantie door de rechter afgewezen, maar een paar maanden later krijgt hij alsnog zijn gelijk. Mascolo moet het boek uit de handel nemen. Maar inmiddels heeft het boek al zijn weg gevonden naar meer dan tienduizend lezers (aldus Mascolo) en verschijnen de eerste Durasrecepten op het internet.

Na het definitieve vonnis publiceert een zeer verontwaardigde Mascolo een felle en tegelijk ook ontroerende open brief in het Franse dagblad Libération. Met flinke uithalen naar Yann Andréa, maar ook een uiteenzetting van wat hij inmiddels heeft gedaan om onder andere het filmische erfgoed van zijn moeder te behouden.

Mascolo schrijft in de brief ook dat Duras in 1987 recepten wilde toevoegen aan La vie matérielle (Het materiële leven), een neerslag van een reeks gesprekken met ‘journalist en huisvriend’ Jérôme Beaujour. Gesprekken waarin ze onder meer uitgebreid en onverbloemd over haar drankprobleem spreekt. In overleg met haar toenmalige uitgever besluit ze de recepten apart, in een klein boekje, te publiceren. Dat is er tijdens Duras’ leven nooit meer van gekomen.

Het maakt mijn nieuwsgierigheid naar La cuisine de Marguerite nog groter. Kort na mijn ontdekking weet ik het boek via Ebay in mijn bezit te krijgen. Ik moet er iets meer dan 70 euro voor neertellen. Een flink bedrag, maar ik wil, nee, ik moet het hebben. Binnen een week hoop ik het werkje, dat uit Frankrijk moet komen, in mijn handen te kunnen houden.

Goede gastvrouw en kok

Ondertussen spit ik Laura Adlers biografie van Duras door. Hierin schetst zij op indringende, kritische en ook bewonderende wijze een beeld van de schrijver, essayist, toneelschrijver, scenarist die erom bekendstond haar leven te mystificeren. Meermalen schrijft de biografe dat Duras het schrijven in een moeite door combineert met eten koken, knutselen en (politieke) acties voeren.

Duras stond bekend als een goede gastvrouw en kok. In haar woning in de Rue Saint-Benoît in Parijs was het een komen en gaan van intellectuelen, die hier een informele maaltijd genoten (zoals konijn met mosterd en op Vietnamese wijze bereid vet varkensvlees), discussieerden, stevig dronken en liederen zongen. Vooral die van Edith Piaf, die Duras van buiten kende, aldus Adler.

En dan te bedenken dat Duras’ eigen moeder nooit kookte of naar de markt ging. Toen Duras, haar moeder en haar twee broers nog in de Franse kolonie Indochina (Vietnam) woonden kookte een buurvrouw voor hen. Later, toen moeder en dochter zich in Frankrijk hadden gevestigd, bakte Duras af en toe een biefstukje voor haar moeder, omdat niemand dat volgens haar moeder zo goed kon.

Haar tweede huis, in Neaphle-le-Château (ze had ook nog een appartement in Deauville), was de plek van de ‘huiveringwekkende eenzaamheid’ (aldus Adler) die het schrijven met zich meebracht. Geen wonder dat het huis opleefde wanneer ze een film ging maken en de medewerkers hier leefden in een soort gemeenschap. Een goed salaris zat er niet in, maar ze kregen in elk geval kost en inwoning. Duras zorgde als gastvrouw goed voor haar medewerkers en kookte voor hen. De actrices Lucia Bose en Jeanne Moreau zullen dus ook in het echt de tafel afgeruimd hebben bij Duras, toen ze daar aan de film Nathalie Granger werkten.

Brief

Ook lees ik in een interview met Jean Mascolo uit 1998 in Libération dat zijn moeder hem leerde wat vrijheid inhield, maar vooral ook: koken. Mascolo behoudt de geest van het huis in Neaphle-le-Château en verandert er weinig aan. Zelfs een jasje van Duras hangt er nog altijd aan een spijker. Hij beschouwt het als een levend museum. Dat is meer dan je van het Parijse appartement van zijn moeder kunt zeggen: hiervan heeft hij de sleutel aan de verhuurder teruggegeven. Ook het appartement in Deauville is niet meer.

Misschien kan ik Mascolo interviewen – en zo een stap zetten in de keuken die zo fraai op het omslag van het Duras-‘kookboek’ staat afgebeeld?

Dankzij de hulp van vriend Francis ligt er al snel een in perfect Frans vertaald epistel. Die gaat via de mail naar de uitgeverij van Mascolo. En een papieren versie gaat op de post – met dank aan de zoekmachine van Google via welke ik, hoop ik, het juiste postadres van wijlen Duras (en nu Mascolo) heb weten te vinden.

Boodschappenlijst

En dan ligt het 62 pagina’s tellende La cuisine de Marguerite eindelijk op de deurmat. Het is kleiner en dunner dan ik had gedacht. Maar als ik het opensla, neem ik ogenblikkelijk de foto’s gulzig in mij op. In zwart-wit jammer genoeg. Afbeeldingen van de keuken en eetkamer in Neaphle-le-Château, die ik herken uit de film Nathalie Granger. En daar heb je de keuken in Duras’ Parijse woning!

Als uit te scheuren kaart is het met de hand geschreven overzicht opgenomen met de producten die Duras altijd in haar huis in Neaphle-le-Château had: sel fin (tafelzout), poivre (peper), sucre (suiker), café (koffie), vin (wijn), pommes de terre (aardappelen), pâtes (pasta), riz (rijst), huile (olie), vinaigre (azijn), oignons (uien), ail (knoflook), lait (melk), beurre (boter), thé (thee), farine (meel), œufs (eieren), tomates pelées (gepelde tomaten), gros sel (keukenzout), Nescafé (Nescafé), nuoc-mâm (Vietnamese vissaus), pain (brood), fromages (kazen), yaourths (yoghurtjes), sel gros (keukenzout), mir (multifunctioneel schoonmaakmiddel), papier hygiénique (toiletpapier), ampoules électriques (gloeilampen), savon de Marseille (marseillezeep), scot bright (pannenspons), javel (bleek), lessive (main) waspoeder (hand), allumettes (lucifers), cigarettes (sigaretten), cristaux (soda), lessive (machine) (waspoeder), spontex (sponsje), ajax (ajax), éponge métallique (metalen pannenspons), filtres papier café (koffiefilters), plombs électricité (stoppen) en chatterton (isolatietape).

Ik ken de lijst al uit Het materiële leven. Duras zei erover dat ze die opsomming had gemaakt voor haar ‘buitenhuis’ in Neaphle-le-Château. Twintig jaar later gebruikte ze ‘m nog altijd. Ook al waren er sindsdien vele honderden nieuwe producten op de markt gekomen, niet een ervan heeft ze nog in deze lijst opgenomen.

Koken is als schrijven

Over de keuken zegt Duras dat het de meest tegenstelde plek is van waar men schrijft, maar dat je op beide plekken zowel heel eenzaam als creatief kunt zijn. Je kunt koken volgens haar vergelijken met schrijven. Ze duldt geen anderen in de keuken als ze aan het werk is. Maar als ze kookt – nooit voor zich alleen – dan realiseert ze zich dat ze houdt van de mensen voor wie ze in de weer is.

Preisoep

Ik besluit meteen weer de preisoep te bereiden. De soep die door Duras beloond is met een heuse ode, een mini-essay dat ik al eens eerder had gelezen. De soep waarvan ze zei dat Franse provinciale restaurants de soep te lang laten doorkoken. En dat je pas nadat de aardappelen zijn gaan koken, de prei erbij moet doen. Zo behoudt de soep haar groene kleur en blijft ze geparfumeerd. Het eindresultaat is een eenvoudige doch rijke soep.

Ook maak ik ‘Les petits patés de la grand-mère de Michèle Muller pour les pique-niques à L’Île Sainte Maruguerite et la promenade en mer’ (gehaktbrood) en de ‘boeuf mode’ (rundvleesstoofschotel). Ik leer uit het boekje dat Duras de recepten die ze verzamelt niet alleen ‘redigeert’ maar er ook titels voor bedenkt.

Humor is Duras niet vreemd. Zo noemt ze een gerecht ‘Les boulettes sans nom’ (‘gehaktballen zonder naam’), waarvan ze aan het eind van het recept schrijft: ‘Nooit gegeten. Ik heb me nooit, nooit kunnen herinneren, wie me ze gegeven had, een Griek of iemand uit het Midden-Oosten’. En ander gerecht voor gehaktballen (‘Les boulettes Pojardsky soi-disant’) heeft ze alleen maar genoteerd vanwege het woord (lees: ingrediënt) ‘kacha’, waarvan ze niet weet wat het betekent.

In La cuisine de Duras vertelt Duras dat haar zoon haar kookstijl volks vindt, niet zo verfijnd als zijn vaders manier van koken. Maar, pareert Duras, ik heb niet alle tijd van de wereld om te koken. Vier uur voor het klaarmaken van een boeuf en daube? Daar pas ik voor! Toch, pocht ze een beetje, kan zij ook een heel goede daube maken – misschien zelfs een die rijker is en beter smaakt!

You’ve got mail

Tijdens mijn kookexperimenten rolt er half augustus een e-mail in de digitale brievenbus. Een hartelijk, voor Franse begrippen zelfs heel informeel briefje van de assistent van uitgever Jean Mascolo. Haar werkgever zal half september weer in Parijs zijn voor zijn uitgeverij. Ze belooft me de mail door te sturen. ‘Ik denk dat hij erg blij zal zijn met uw positieve reactie op het boekje dat wij in 99 hebben uitgegeven.’ Maar dan volgt een waarschuwing: Mascolo is zelden beschikbaar voor interviews, alleen af en toe voor “manifestations ‘durassiennes’. ‘Wij zullen uiteraard alles doen om u te helpen met het artikel, mocht u meer informatie nodig hebben over “La cuisine de Marguerite”…’

Dat klinkt hoopgevend. Zou ik dan toch een stap in die beroemde keuken kunnen zetten?

In de daaropvolgende maanden blijft het stil. Begin oktober stuur ik een kort mailtje. Een antwoord vanuit Frankrijk blijft uit. Is dit het einde van dit verhaal?

Ladurée

In Cet Amour-là (Die Liefde), het boek van Yann Andrea over zijn ontmoeting en leven met Duras, die dan al flink op leeftijd is, heeft Andrea heel wat te klagen. Als Duras prei met een azijnsausje wil eten, gebeurt dat ook. Ze duldt geen tegenspraak. Yann maakt dan tien dagen lang prei. Of twee weken achtereen Vietnamese salade. Wat had hij graag eens wat anders gegeten.

Of Duras vraagt Yann om broodjes foie gras te halen bij de luxe patisserie- en lunchketen Ladurée. Ladurée heeft nu om de hoek van de rue Saint-Benoit een vestiging geopend, ontdek ik tijdens een zoektocht in Parijs naar de plek waar Duras zoveel jaar heeft gewoond.

Terwijl ik voor haar voormalige woning staat, valt mijn oog op restaurant Le Petit  Saint-Benoit, schuin tegenover haar appartement. In Het materiële leven vertelt ze dat het een van de weinige restaurants in het zesde arrondissement is waar je lekker kan eten, terwijl het zesde bekendstaat om zijn slechte eten.

Het restaurant, dat een authentieke Franse kaart serveert, lijkt sinds de opening in 1901 niet erg veel veranderd te zijn. Duras moet zich dus ook in deze sfeer hebben ondergedompeld. Iets wat niet geldt voor haar buurt, Saint-Germain, dat heel erg is veranderd. Geüpgraded.

Einde van een reis

Ik besluit aan te schuiven in het kleine restaurant. De kaart biedt klassiekers uit de bistrokeuken. Eenvoudig, met simpele ingrediënten bereid, zonder opsmuk op het bord gepresenteerd. Duras slaat me vanaf een foto aan de muur gade. Ze zit op het kleine terras van het restaurant. Voor de poireaux vinaigrette, confit de canard, crème caramel, een glas rode wijn en een kop koffie reken ik 28 euro af. Voor de locatie en kwaliteit een vriendelijk geprijsd en bovenal smakelijk menu.

Het bezoek aan Le Petit Saint-Benoit voelt als het einde van een reis. Een reis door het culinaire Duras-universum. Ik mag dan wel geen stap hebben gezet in Duras’ keuken in Neaphle-le-Château, haar zoon (van wie ik helaas nooit iets gehoord heb) heeft me een blik erin gegund. En Duras zelf ook. In haar geschriften.

In Parijs loop ik langs een vuilniswagen en ik moet onmiddellijk denken aan de laatste pagina van La cuisine de Marguerite. Duras beschrijft hier het geluid dat de ‘bek’ van een vuilniswagen maakt als het ‘enorme gezang van menselijke herkauwing’. Wij zullen allen tot stof vergaan.

(Deze bijdrage verscheen eerder in het magazine ‘My beautiful Mayonnaise’, nr. 2014.)

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met een '*'