Antiquair Kees Rodenburg: ‘De verzamelaar sterft uit’ 

Miniatuur uit de collectie van Rodenburg en Keus Antiek

Kees Rodenburg (1946) werkt al meer dan 40 jaar in de antiekhandel. Aan stoppen met zijn winkel Rodenburg en Keus Antiek in Dordrecht denkt hij voorlopig nog niet. In 2018 staat een verhuizing naar een kleiner woon- en werkpand op stapel. Welke trends heeft hij in de loop der jaren langs zien komen? En hoe is zijn liefde voor portretminiaturen ontstaan?

Kees Rodenburg belandde min of meer bij toeval in de antiekwereld. Hij volgde lessen om als plateelschilder aan de slag te gaan en combineerde dat met een studie aan de Haagse Kunstacademie. In die tijd hoorde hij van een bevriende kunsthistoricus dat een top-antiquair/decorateur een assistent zocht. Dat klonk de jonge Rodenburg aantrekkelijk in de oren. Hij stopte met zijn opleiding aan de Kunstacademie en ging in de winkel van de top-antiquair aan de slag. Hij zou er vijf jaar als assistent blijven.

In 1986 nam u de winkel over waar u al enige jaren werkte?

‘Ja, achteraf was dat best gedurfd. Met het overnemen van zowel de voorraad als het pand was een groot bedrag gemoeid.’

Wat trok u aan u in de antiekwereld?

‘Het contact met het verleden dat zoveel moois heeft voortgebracht.’

Heb je er een specifieke opleiding voor nodig? Of is het een vak dat je in praktijk leert?

‘Een combinatie van beide, denk ik. Maar ook zijn een esthetisch inzicht en zakelijke aanleg belangrijk.’

Welke trends hebt u in de antiekwereld langs zien komen?

‘Toen ik net begon, werd vooral 17e-eeuws antiek verzameld. Denk aan: kussenkasten, koper, tin, Delfts blauw en Perzische kleden. Het was allemaal wat donker en serieus. Vervolgens ontstond er een vraag naar geloogd grenen gecombineerd met Engels antiek; het was niet aan te slepen. Ook zeer primitief donker antiek uit Spanje werd een hype; hoe grover en schever, hoe gewilder.’

‘Uiteindelijk mocht en moest je zoveel mogelijk verschillende zaken combineren, bijvoorbeeld een 17e-eeuwse betaaltafel met een gejut stuk hout op een voetstuk erop en aan de muur een abstract schilderij.’

Miniatuur uit de collectie van Rodenburg en Keus Antiek

U richt zich momenteel vooral op miniatuurportretten? Wat zijn dat precies?

‘Miniatuurportretten werden indertijd vooral gebruikt om te tonen hoe iemand eruitzag. Bijvoorbeeld door een vorst die een huwelijkskandidaat zocht. Ook droeg een vrouw wiens echtgenoot in het leger zat vaak een miniatuurportret van haar man. Tot de uitvinding van de fotografie was het immers de enige manier om de herinnering aan iemand vast te houden.’

Hoe is uw fascinatie voor miniaturen ontstaan?

‘Elk oud portret is een ontmoeting met iemand die in het verleden leefde. Het kleine formaat stelt aan de maker hoge eisen en men er heeft niet veel ruimte voor nodig.’

U bent zelf een verzamelaar?

‘Al heel lang verzamel ik zelf. Mijn eerste aankoop, als jongen, was een miniatuurportret.’

U restaureert ook miniatuurportretten?

‘Na twee- of driehonderd jaar kan er vaak het nodige aan een miniatuur opgeknapt worden.’

Het aantal antiekwinkels in Nederland neemt zienderogen af?

‘Helaas wel. De verzamelaar sterft uit. Men koopt lukraak en zonder verdieping.’

U verkoopt zelf ook via uw website. Wat zijn de voor- en nadelen van antiek kopen via een website versus kopen in een winkel?

‘Lastig, want beide hebben hun beperkingen en voordelen. Je kunt vanuit je bureaustoel op websites heel veel vergelijkbaars zien, maar je kunt de objecten niet vastpakken en van dichtbij bekijken. Wil je echt vertrouwen en deskundigheid genieten, dan ga je naar een verkoper die je kent en die jou kent. Het is jammer dat er straks nauwelijks meer fysieke antiekwinkels zijn.’

Antiquair zijn is niet aan leeftijd gebonden? 

‘Zolang je ogen nog goed zijn kun je antiquair zijn, lijkt me.’

© Tekst: Mister McCool 2017

SMAAKT DIT NAAR MEER? MELD JE DAN AAN VOOR ONZE GRATIS NIEUWSBRIEF!

Miniatuur uit de collectie van Rodenburg en Keus Antiek

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met een '*'